Home

Over antipsychiatrie
Wat is er met de
antipsychiatrie gebeurd
Heinar Kipphardt en März
Over en uit: "März"
"De strategie van de Ervaring"
Over Franz Fanon
Dubbele binding
De Dubbele Binding: de innige
band
tussen gedrag en communicatie
De Mythe van de Psychiatrische Afwijking.
Door Thomas S. Szasz (1960)
De
Dubbele Binding:
de innige band tussen gedrag en communicatie
Introductie
Ons gedrag –
effectief of
niet – is aangeleerd. Wij ontwikkelen ons niet in een vacuüm. We
leren namelijk handelen en reageren binnen een bepaald verband en
binnen die context heeft ons gedrag een betekenis. Als we hetzelfde
gedrag voortzetten in nieuwe verbanden kan datzelfde gedrag onzinnig of
ondoelmatig lijken; het kan zelfs als abnormaal worden
geëtiketteerd. Toch was dat gedrag, in de context waarin het werd
ontwikkeld, ooit zinvol. Het is mijn bedoeling om in dit artikel
schizofrenie en de borderline-persoonlijkheidsstoornis te onderzoeken
vanuit het oogpunt van aangeleerd gedrag. Ik wil de manieren van vroege
interacties en invloeden onderzoeken die het individu vormen dat onder
een van beide diagnoses valt.
Schizofrenie
De klassieke
benadering is
om de schizofreen los van zijn omgeving te beschouwen. Men neemt aan
dat de schizofreen het contact met "de werkelijkheid" verloren heeft.
Degenen die dit standpunt aanhangen suggereren dat:
...regressie
tot
meer primitieve nivo’s van denken een primair kenmerk van
schizofrenie is. Dat in wezen, sterker gedifferentieerde en op de
werkelijkheid gerichte "secundaire" denkprocessen, die de regels
van de logica volgen en rekening houden met de externe werkelijkheid,
vervangen worden door "primaire" denkprocessen die gepaard gaan met
onlogische ideeën, fantasieën en magisch
denken.(Carson,330)
Daartegenover ziet
de
interpersoonlijke benadering de schizofreen in relatie tot zijn
omgeving. In ‘Steps to an Ecology of Mind’, bespreekt Gregory Bateson
een theorie over schizofrenie die het resultaat was van een
onderzoeksproject, opgezet door Bateson, Don D. Jackson, Jay
Haley, en John H. Weakland. Die theorie beschouwt het gedrag van de
schizofreen binnen de context van zijn of haar familie. Zij opperen dat
het schizofrene gedrag "een betekenis heeft" wanneer men het vanuit dat
gezichtspunt bekijkt. Met andere woorden: gedrag ontwikkelt zich niet
geïsoleerd, maar als het resultaat van onze interacties.
Bateson oppert dat
de
schizofreen "…moeite heeft met
het
identificeren en interpreteren van die signalen die het individu zouden
moeten vertellen wat voor soort boodschap een bepaalde boodschap is,
wat wil zeggen dat hij moeite heeft met de signalen van hetzelfde
logische type als het signaal 'Dit is het spel'"(1,194)
Bijvoorbeeld: ik
vraag mijn
vierjarige stiefzoon zijn glas melk met twee handen vast te houden; hij
volgt mijn raad niet op en knoeit met de melk. Ik wijs hem op het feit
dat hij mijn raad niet opgevolgd heeft. Als hij vervolgens antwoordt
met, "Ik heb me niet aan de regels gehouden!" weet ik dat hij en ik
niet op hetzelfde logische niveau met elkaar communiceren. Mijn
ervaring was dat ik dit specifieke voorval wilde bespreken waarin hij
mijn raad niet opvolgde, met het gevolg dat hij met de melk knoeide.
Zijn ervaring was dat het leek alsof hij worstelde met een abstract
idee van "regels". Idealiter helpt de ervaring van kinderen hen dat
onderscheid te leren maken. Gedurende de ontwikkeling van de
schizofreen gebeurt er echter iets dat interfereert met zijn vermogen
datzelfde te doen. Wat is dat dan?
Bateson et al.
suggereert
dat een persoon, gevangen in een dubbele binding – een situatie waarin
een persoon, wat hij ook doet, "niet kan winnen" - schizofrene
symptomen kan ontwikkelen. In de dubbele binding zijn er twee
tegenstrijdige niveaus van communicatie en een verbod op het maken van
opmerkingen over het conflict. Het volgende is een vaak geciteerd
voorbeeld uit hun artikel, 'Toward a Theory of Schizophrenia', dat deze
binding illustreert:
Een jonge man die
aardig
was opgeknapt van een acute schizofrene episode, werd in het ziekenhuis
door zijn moeder bezocht. Hij was blij haar te zien en spontaan legde
hij zijn arm rond haar schouders, waarop zij verstijfde. Hij trok zijn
arm terug en zij vroeg: "Hou je niet meer van me?" Daarop bloosde hij
en zei zij, "Liefje, je moet niet zo gauw verlegen en bang voor je
gevoelens zijn." De patiënt kon nog maar een paar minuten bij haar
blijven en na haar vertrek viel hij een verpleger aan en werd in de
isoleer opgesloten. (Watzlawick 12, 36)
In dit scenario,
geeft de
moeder haar zoon tegenstrijdige verbale en nonverbale boodschappen en
hij lijkt niet in staat op die discrepantie te reageren. Volgens de
theorie van de logische typen van Bateson is de schizofreen niet in
staat kritiek geven op de communicatie van de moeder
Volgens Bateson is
"het
vermogen om te communiceren over de communicatie, om kritiek te hebben
op de zinvolle handelingen van zichzelf en anderen, essentieel voor een
geslaagde sociale omgang. In normale verhoudingen geven wij doorlopend
commentaar op het gedrag en de communicatie van anderen, met
opmerkingen als, "ik voel me onbehaaglijk als je zo naar mij kijkt",
"Hou je me voor de gek?" of "Wat bedoel je daarmee?" Ten einde precies
de bedoeling van onze eigen of andermans communicatie te onderscheiden
moeten we in staat zijn opmerkingen te maken over de bewoordingen –
maar het is de schizofreen verboden op doeltreffende wijze op die
manier kritiek te geven".
Volgens
Carlos Sluzki
heeft de dubbele binding de volgende kenmerken:
(1)twee
of meer personen;
(2) een
herhaaldelijke ervaring; (3) een primair negatief bevel; (4) een
secundair bevel dat met het eerste op een meer abstract niveau strijdig
is, en net als het eerste afgedwongen wordt door bestraffingen of
signalen die het overleven bedreigen; (5) een tertiair negatief bevel
dat het slachtoffer verhindert het slagveld te verlaten; (6) en tot
slot: is die totale reeks aan ingrediënten niet meer nodig als het
slachtoffer geleerd heeft zijn universum in dubbele-bindings-patronen
te zien. (9, 209)
Paul Watzlawick
heeft de
dubbele binding nader beschouwd en heeft vier variaties op het thema
beschreven. De eerste en waarschijnlijk meest gebruikte is wat hij de
"wees spontaan" paradox noemt. De vrouw die wil dat haar echtgenoot
haar verrast met bloemen ervaart dit soort dilemma. Zij vraagt hem iets
te doen dat uiteraard spontaan moet zijn. "Het is een van de
tekortkomingen van de menselijke communicatie dat er geen manier is
waarop de spontane vervulling van een behoefte van een andere persoon
verkregen kan worden zonder dit soort van zelf-verijdelende paradox,"
zegt Watzlawick (12, 15-26)
Een tweede
variatie
van de dubbele binding betreft de situatie waarin een persoon gestraft
wordt voor een correcte waarneming van de buitenwereld. In deze
situatie zal het kind leren zijn eigen zintuiglijke gewaarwording te
wantrouwen ten gunste van de ouderlijke beoordeling van die situatie.
Een voorbeeld zou het kind kunnen zijn dat opgevoed wordt in een
gewelddadig huishouden, maar waarvan verwacht wordt dat het zijn ouders
als liefhebbend en vreedzaam ziet. Later in het leven zal deze persoon
er moeite mee hebben om te bepalen hoe hij zich in verschillende
situaties adequaat moet gedragen. Deze persoon zal inderdaad een
buitensporige hoeveelheid energie moeten gebruiken om precies te
ontcijferen hoe hij de situatie "zou moeten" interpreteren.
De derde variatie
op het
thema is die waarin van een persoon andere gevoelens verwacht worden
dan hij in feite ervaart. De moeder die wil dat haar kind zijn of haar
huiswerk "wil" doen, valt onder deze categorie. Het kind zal zich
uiteindelijk vaak schuldig voelen als hij of zij niet de "passende"
gevoelens kan tot stand kan brengen.
De vierde
variatie, volgens
Watzlawick, treedt op als we tegelijkertijd vragen en verbieden. De
ouder die vraagt om eerlijkheid terwijl hij aanmoedigt om hoe dan ook
te winnen, plaatst het kind in dit soort van dubbele binding. Het kind
wordt in een positie geplaatst om ongehoorzaam te zijn om te
gehoorzamen.
De vraag is hoe
iemand,
door op te groeien in een omgeving waar hij of zij geen opmerkingen kan
maken over deze waargenomen discrepanties, beschadigd wordt? Zou het
niet zo zijn dat die persoon uiteindelijk leert om slechts op een deel
van zijn ervaring te vertrouwen en de rest te loochenen of te
wantrouwen?
In 1967
publiceerde een
team van onderzoekers de resultaten van hun verdere onderzoek over de
dubbele binding. Zij opperden dat de werkzame component van de dubbele
binding het patroon is van diskwalificatie – de middelen waarmee de
ervaring van een persoon ontkracht wordt als resultaat van de
opgedrongen binding – Zij citeerden vijf methoden om de voorafgaande
communicatie te diskwalificeren. Vermijding of verandering van
onderwerp is de eerste methode van diskwalificatie. Als de voorgaande
bewering (a) niet duidelijk een eind maakt aan het gespreksonderwerp,
en de volgende bewering (b) het wisselen van gespreksonderwerp niet
erkent, dan diskwalificeert de tweede bewering de eerst bewering. .
a.
Zoon: Kunnen we naar
het park gaan
voetballen?
b. Vader: Wat een
prachtige dag om in de tuin te werken.
De tweede methode
van
diskwalificatie is door goochelarij. Goochelarij treedt op als de
tweede reactie (b) de eerste (a) beantwoordt, maar de inhoud van de
voorgaande bewering verandert:
a.
Dochter: We hebben
altijd goed met
elkaar kunnen opschieten.
b. Moeder: Ja, ik
heb altijd van je gehouden . .
In het hierboven
gegeven
voorbeeld, heeft de moeder haar dochter antwoord gegeven, maar heeft
het probleem veranderd van met elkaar kunnen opschieten naar houden
van.
Verletterlijking,
het derde
type van diskwalificatie, treedt op als de inhoud van de voorgaande
bewering (a) verwisseld wordt door een letterlijk niveau in de tweede
bewering (b) zonder erkenning van de verandering van het kader.
a.
Zoon: Je behandelt mij
als een kind.
b. Vader: Maar jij
bent mijn kind.
De vierde
methode, de
statusdiskwalificatie, treedt op als een persoon óf zijn
persoonlijke status, óf zijn superieure kennis gebruikt om te
suggereren dat de voorgaande boodschap niet steekhoudend is.
a.
Moeder: Ik heb gezien
dat hij niet
erg leuk met andere kinderen speelt.
b. Zoon: Dat doe ik
wel, Mamma!
a. Moeder: Hij
beseft dat niet omdat hij nog zo klein is. . . .
Overbodige vragen
worden
gebruikt om twijfel of onenigheid te suggereren zonder dat openlijk te
zeggen.:
a.
Dochter: Ik kan met
iedereen goed
opschieten.
b. Moeder: Met
iedereen, Cathy?
De schrijvers
besluiten hun artikel met de volgende opmerking:
In gezinnen met
een
schizofreen gezinslid, vinden we stelselmatig diskwalificaties gevolgd
door speciale typen volgreeksen, zoals hierboven beschreven, die ervoor
zorgen dat de binding bestendigd wordt , waardoor persoonlijke
manieren van interactie versterkt worden. In dit proces, dat een totale
manier van de verhouding met de wereld inhoudt en waarin bepaalde
prikkels systematisch genegeerd worden, worden vaststaande betekenissen
systematisch onderdrukt en verheldering wordt afgestraft – wij
onderschrijven dat en wij geloven dat hierin de pathogenese van
schizofrenie zou kunnen liggen. (Sluzki 9, 228)
De Zenmeester
houdt een
stok boven het hoofd van zijn leerling en zegt: "Als je mij vertelt dat
deze stok echt is, zal ik je ermee slaan. Als je zegt dat hij niet echt
is, zal ik je ermee slaan. Als je helemaal niets zegt, zal ik je ermee
slaan." Bateson suggereert dat dit de situatie is die de schizofreen
doorlopend ervaart. De Zenleerling kan verlichting bereiken door de
stok uit de handen van zijn meester te pakken. De schizofreen ervaart
desoriëntatie en verwarring als hij opnieuw merkt dat zijn weg op
een onverklaarbare manier versperd wordt. De stok afpakken is voor de
schizofreen geen optie – hij is opnieuw hulpeloos verstrikt in een
"niet-kunnen-winnen-situatie". Door herhaaldelijke ervaring met de
dubbele binding voelt de schizofreen zich beperkt in de mogelijkheden
waarover hij kan beschikken
Jay Haley
bekijkt
schizofrenie nader vanuit een onderling perspectief. Er is een basale
regel in de communicatietheorie die stelt dat het voor een persoon
virtueel onmogelijk is om "zich te onthouden van het definiëren of
het beheersen van de definitie van zijn verhouding met de ander". In
elke verhouding is een van de eerste dingen, die gedefinieerd moet
worden, om wat voor relatie het gaat. Relaties worden gedefinieerd als
complementair of symmetrisch. Een symmetrische relatie, is een relatie
waarin de twee partijen hun gedrag op elkaar afstemmen. Als de ene
persoon vertelt over een vakantie die hij gehad heeft, antwoordt de
tweede persoon met het vertellen over de vakantie, die hij of zij net
heeft gehad. Wat hier benadrukt wordt is de symmetrie, het benadrukken
hoezeer ze op elkaar lijken. Deze relaties hebben de neiging om
competitief te zijn.
Een complementaire
relatie
is die, waarin de personen elkaar in hun gedrag aanvullen. De ene
persoon onderwijst en de andere leert; er is een geven en nemen in het
gedrag. De tweede persoon zal, nadat de eerste persoon over zijn
vakantie heeft verteld, aandringen op verdere informatie.
In de loop van de
tijd zal
het karakter van relaties verschuiven. Als een kind rijpt zal het zich
van een complementaire relatie met zijn ouders ontwikkelen naar een
meer symmetrische relatie.
Tussen leraar en
student
bestaat doorgaans een complementaire relatie. Maar wanneer de student
een vraag stelt die inhoudt, dat hij meer weet dan de leraar, probeert
hij die relatie te verschuiven. De leraar kan ervoor kiezen om de oude
relatie opnieuw te bevestigen of toe te staan dat de interactie
verschuift. "Zulke manoeuvres worden in elke relatie doorlopend
uitgewisseld en lijken een kenmerk van onstabiele relaties, waarin de
beide personen tastend zoeken naar een gemeenschappelijke
definiëring van hun relatie."(4, 11)
Men heeft
gesuggereerd dat
het voor schizofrenen, als kind, heel erg verwarrend is geweest om hun
relaties als complementair of symmetrisch te beschouwen. Er was met
andere woorden erg veel misverstand tussen kind en opvoeder met
betrekking tot het definiëren van hun relatie. Een voorbeeld
daarvan is het kind dat de relatie als complementair opvat en daarnaar
antwoordt – alleen om de opvoeder om te laten schakelen naar een
symmetrische relatie.
Het is dan ook
niet
verwonderlijk dat schizofrene interacties, zoals die door Haley
beschreven worden, een poging zijn om het definiëren van de aard
van die relaties te vermijden: Iemand kan het definiëren van zijn
relaties vermijden door een of alle volgende vier elementen te
ontkennen. Hij kan (a) ontkennen dat hij iets meedeelt, (b) ontkennen
dat er iets is meegedeeld, (c) ontkennen dat aan de andere persoon iets
meegedeeld is, of (d) de context waarin het is meegedeeld ontkennen.
(4, 89)
Mensen
communiceren op een
heleboel niveaus. We kunnen met veel meer dan alleen woorden
communiceren. Onze lichaamshouding en gebaren leveren bijvoorbeeld een
ander niveau van communiceren op, net als de toonhoogte, de toon en het
tempo van ons spreken. Er zijn ontelbare mogelijkheden om
tegelijkertijd met een andere persoon in relatie te staan en die
relatie te ontkennen. Schizofrenen zijn echt meesters in dit vak, en
het dagelijks leven levert een overvloed aan voorbeelden op die laten
zien hoe dit gedaan wordt.
We zijn allemaal
vertrouwd
met gemengde boodschappen. Een voorbeeld is de hond die tegelijkertijd
kwispelstaart en gromt. De man die op de vraag van zijn echtgenote om
haar in de keuken te helpen antwoordt met "Natuurlijk, ik help je
graag," terwijl hij zich dieper in zijn stoel nestelt, aanvaardt
tegelijkertijd haar vraag om hulp en communiceert op datzelfde moment
dat hij haar niet wil helpen. De vrouw die zegt "Ik zou je heel graag
helpen, maar ik heb hoofdpijn" definieert haar relatie als behulpzaam,
terwijl ze haar hoofdpijn gebruikt om de relatie te ontkennen.
Hoe anders
is dit
gedrag vergeleken met dat van de man die consequent zegt, "Nee, ik wil
je niet helpen", als hij neerzijgt in zijn stoel. Hij heeft zijn
relatie helder gedefinieerd als een relatie waarin hij niet wil dat hem
verteld wordt wat hij moet doen. Hoe kan iemand, op dezelfde manier, de
betekenis van mijn communicatie begrijpen als ik met een matte stem zeg
"Ik hou van je" terwijl ik de andere kant uitkijk? De man die zegt "Dit
onderwerp is fascinerend" terwijl hij op zijn horloge kijkt? De vrouw
die haar kind vraagt of het haar een knuffel wil geven, terwijl ze het
naar zich toetrekt voor een knuffel? Deze manieren van interactie zijn
in het dagelijks leven normaal. Veel van ons vermogen om de wereld te
begrijpen hangt af van de mate waarin we in staat zijn de
tegenstrijdige boodschappen die we ontvangen te onderkennen en er mee
om te gaan
Aan de
andere kant
wordt de schizofreen geconfronteerd met het dilemma te ontcijferen voor
welk deel het veilig voor hem is om op te reageren, aangezien het niet
tot zijn repertoire van voor hem beschikbaar gedrag behoort om
commentaar te geven op de discrepantie. In mijn ogen lijkt dat sterk op
leven in een gevechtsterrein waar elke communicatie een bedreiging voor
mijn persoonlijke veiligheid zou betekenen. Het lijkt me een vreselijk
idee om geconfronteerd te worden met de taak de bedoeling van de
communicatie van een ander te ontdekken, terwijl het mij verboden is
die ter discussie te stellen of mijn eigen verwarring daarover kenbaar
te maken. Is het dan niet raar dat de schizofrene communicatie zo in
elkaar zit, dat het vermijdt te definiëren dat er überhaupt
een relatie bestaat?
Het blijkt dat
schizofrenen, door de vroege invloed van het herhaaldelijk gevangen
worden in dubbele bindingen, een defensieve houding ten opzichte van
een communicatie ontwikkelen, die hardnekkig vasthoudt aan de kunst
iets te zeggen en gelijkertijd niets te zeggen. Hun levensdoel is zich
nergens op vast te laten pinnen. Helaas zijn zij even hopeloos in hun
eigen web gevangen als de mensen die met hen in contact treden.
De
Borderline Persoonlijkheid
Volgens James
Masterson
(The Search for the Real Self: Unmasking the Personality Disorders of
Our Age), is de borderline persoonlijkheid ook een aangeleerde reactie
op het milieu van de eerste kinderjaren. Masterson beweert dat een
persoon, als gevolg van invloeden tijdens de jeugd, een wat hij als
"vals zelf" benoemt, ontwikkelt, om het "ware zelf" tegen verdere
beschadiging te beschermen. Hij suggereert dat het ware zelf er op
gericht is de werkelijkheid onder kontrole te hebben; maar als die
pogingen eenmaal gedwarsboomd zijn verandert het valse zelf die
intentie van het streven naar het onder kontrole hebben van de
omgeving, naar het streven nare gevoelens te vermijden.
In hun boek, I
Hate You --
Don't Leave Me: Understanding the Borderline Personality, beschrijven
Jerold J. Kreisman, M.D., en Hal Straus vijf dilemmas die de borderline
persoonlijkheid kwellen. De eerste noemen ze "Wee als je het doet en
wee als je het niet doet" Dat slaat op de manier waarop borderliners
met anderen communiceren. De titel van dit boek is een goed voorbeeld
van dit dilemma. Een ander voorbeeld is de vrouw die haar vriend vraagt
naar zijn indruk over haar optreden bij het amateurtoneel, waarover ze
zelf haar twijfels had. Hij antwoordde daarop: "wil je echt weten wat
ik daar eerlijk van denk?" Ze bleef erbij dat ze dat echt wilde. Maar
toen hij zijn mening over de voorstelling gaf – die niet echt
bemoedigend was – antwoordde ze met het vertellen hoe onjuist zijn
ideeën eigenlijk waren. Haar communicatie was nou precies van het
soort verwarrende boodschappen waarmee de relaties van borderliners
gekweld worden.
Een tweede neiging
die zij
citeren als typisch des borderliners is het "je schuldig voelen over
het je schuldig voelen". In plaats van gevoelens te begrijpen of te
accepteren, probeert de borderliner van ongewenste gevoelens af te
komen. Iemand die gelukkig "zou moeten zijn" laadt alleen nog meer
schuld en andere moeilijke gevoelens op iemand die al depressief of
angstig is – en draagt daarmee bij aan een ogenschijnlijk eindeloze
spiraal van het je slecht voelen over het je slecht voelen.
Het eeuwige
slachtoffer is
het derde patroon dat ze waarnamen. De borderliner ziet zichzelf bij
gratie van de omstandigheden of de mensen rond haar. De vrouw wier
geluk afhangt van het financiële succes van haar echtgenoot is een
voorbeeld van zo’n slachtofferschap. Iemand die zijn leven zó
inricht dat de oplossingen van zijn problemen in de handen van anderen
liggen vertoont een neiging tot borderline. "Als ze me alleen maar
beter zou begrijpen….." is één manier waarop het
slachtoffer de verantwoordelijkheid voor zijn of haar geluk bij iemand
anders neerlegt.
De vierde is de
zoektocht
naar een zin in het leven. Borderliners zijn doorlopend op zoek naar
iets dat de leegheid die zij ervaren kan opvullen. Relaties en drugs
zijn twee veelvoorkomende oplossingen voor die leegte. Het eeuwige
zoeken naar vastigheid is het vijfde gedragspatroon dat men kan
waarnemen. De borderliner bevindt zich in wereld die onbetrouwbaar en
onsamenhangend is. Vriendschappen, banen en capaciteiten staan altijd
ter discussie. De borderliner mist het vermogen samenhang en
voorspelbaarheid te ervaren. Het is alsof al hun ervaringen niets
betekenen. Ik ken een vrouw die bijna vijftien jaar dansles heeft gehad
en zichzelf nog steeds niet als een danseres kan zien; het lijkt alsof
zij het vermogen mist om op haar eigen capaciteiten te vertrouwen en
zich daarop te verlaten.
Het zesde en
laatste
onderdeel van de borderline persoonlijkheid is wat de schrijvers
karakteriseren als "de woedende onschuld" . De woede van de borderliner
is, als hij opduikt, onvoorspelbaar en hevig. Ontstoken door
schijnbaar onbetekende gebeurtenissen, kan die woede zonder
waarschuwing ontbranden en draagt vaak de dreiging van echt geweld in
zich. Als Masterson de wortels van de borderline persoonlijkheid in
ogenschouw neemt, oppert hij dat het onderzoek van John Bowlby over de
band tussen kind en verzorger veelbetekenend is. Bowlby bestudeerde het
rouwproces dat kinderen tussen 13 en 32 maanden doormaken, wanneer zij
van hun moeders gescheiden worden door een ziekenhuisopname in verband
met een lichamelijke ziekte.
Bowlby merkte drie
rouwfasen op waar deze kinderen doorheen gingen als gevolg van die
scheiding van hun verzorger. De eerste fase is protest en kan een paar
uur tot enkele weken duren. In de tweede fase is er hopeloosheid, het
kind zinkt weg in wanhoop en kan zelfs ophouden met bewegen. Het heeft
de neiging monotoon of onophoudelijk te huilen, trekt zich terug en
wordt minder actief, en doet geen appèl meer op de omgeving
terwijl het verdriet intenser wordt. (6, 58)
In de derde fase,
het
isolement, wijst het kind de verpleging niet meer af, maar als de
moeder weer op bezoek komt, is de sterke binding aan de moeder, typisch
voor kinderen van deze leeftijd, opvallend afwezig. In plaats van dat
het haar begroet, kan het doen alsof het haar nauwelijks kent en in
plaats van zich aan haar vast te klampen kan het afstandelijk en
apathisch doen; in plaats van in tranen uit te barsten als ze weggaat,
zal het zich zeer waarschijnlijk apathisch afwenden. Het schijnt alle
belangstelling voor haar verloren hebben.
Masterson
onderkende dat
deze zelfde drie rouwfasen en de daardoor veroorzaakte afweer ook
uitgesproken waren bij zijn jeugdige en volwassen
borderlinepatiënten.
Het is me
opgevallen dat
wanneer mijn patiënten een scheiding meemaakten zij zich daar uit
alle macht tegen verweerden en net zo leken te reageren als de kinderen
van Bowlby in de tweede fase van wanhoop. De scheiding veroorzaakt een
katastrofale hoeveelheid gevoelens, die ik een verlatingsdepressie heb
genoemd. Om zich tegen deze gemoedstoestand te verweren trekken zij
zich terug in afweerpatronen, opgeroepen door het ware zelf, waarvan
zij in de loop der jaren geleerd hebben dat die hen voor deze
verlatingsdepressie zal behoeden.
In volwassenen
zonder besef
van hun ware zelf, symboliseert de verlatingsdepressie een heropvoering
van een kinderlijk drama: Het kind keerde terug voor steun en troost,
maar de moeder was niet beschikbaar of niet bij machte dat te
verschaffen. De erkenning en goedkeuring, die zo cruciaal zijn in de
ontwikkeling van het vermogen zich uit te drukken, zelfbewustheid
en betrokkenheid, waren er eenvoudig niet. (6, 59)
Masterson
suggereert dat
hetgeen de borderline persoonlijkheid karakteriseert een blind
vertrouwen is op primitieve verdedigingsmechanismen, die aangeleerd
zijn in de vroege kindertijd: afwijzing en vastklampen, vermijding en
afstandelijkheid, projectie en ageren.
"Om een
samenhangend
zelfbesef te ontwikkelen, moet het kind in de eerste drie jaar van zijn
leven leren, dat het geen samengevlochten, symbiotische eenheid met de
moeder vormt" zegt Masterson (6, 51) Hoe moet dat dan tot stand worden
gebracht? In zijn boek, A Secure Base, bespreekt Bowlby de elementen
die hij het meest noodzakelijk acht om dit proces in kinderen te laten
plaatsvinden:
.. . . de gewone
en
gevoelige moeder is snel afgestemd op het natuurlijke ritme van haar
kind, doordat zij zorgvuldig zijn gedrag in de gaten houdt, ontdekt wat
goed voor hem is en zich dienovereenkomstig gedraagt. Door zo te doen
stelt zij het niet alleen tevreden, maar krijgt zij ook zijn
medewerking. . . .
Dit brengt me tot
het
hoofdkenmerk van mijn opvatting over ouderschap – het door beide ouders
verschaffen van een veilige basis van waaruit het kind of de jongere
zijn uitstapjes kan maken naar de buitenwereld en waar hij op kan
terugkeren met het zekere weten dat hij welkom is als hij daar
terugkeert, fysiek en psychisch gevoed wordt, getroost wordt als hij
verdrietig is en gerustgesteld wordt als hij angstig is. In wezen
betekent die rol een beschikbaar zijn, gereed om te bemoedigen en
misschien te helpen als er een beroep op wordt gedaan, maar alleen
actief in te grijpen als het echt nodig is.(2, 9-11)
Wat gebeurt er in
de vroege
ontwikkeling dat de pogingen van het kind verstoort om een gevoel van
eigenwaarde te ontwikkelen - een identiteit los en verschillend van die
van de verzorger? Kreisman en Straus betogen dat er een grote
hoeveelheid casuïstische en statistische argumenten zijn die
aantonen dat kinderen die misbruikt of verwaarloosd zijn op volwassen
leeftijd met borderline-trekken geassocieerd kunnen worden.
Masterson oppert
dat veel
van zijn borderline-cliënten moeders hadden die zelf een
beschadigd zelfbeeld hadden. Dientengevolge waren die moeders niet in
staat een veilige basis te bieden van waaruit het kind erop uit kan
gaan en de wereld kan ontdekken. Hij haalt het voorbeeld aan van een
moeder met weinig zelfrespect en met scheidingsangst, die er op gericht
was die scheidingsangst op haar kind over te dragen. Zij moedigde hem
aan van haar afhankelijk te blijven ten einde haar eigen emotioneel
evenwicht te bewaren: het leek alsof zij zich verpletterend bedreigd
voelde door de ontluikende persoonlijkheid van haar kind, wat voor haar
klonk als een waarschuwing voor het feit dat hij was voorbestemd om
haar uiteindelijk voor altijd te verlaten. Omdat ze niet in staat was
dat, wat zij opvatte als een verlating, te hanteren, was ze niet bij
machte de pogingen van het kind zich van haar los te maken en zijn
eigen zelf uit te drukken door middel van spel en ontdekking van de
wereld, te ondersteunen. Haar defensieve gemanipuleer om haar eigen
scheidingsangst te vermijden zorgde ervoor dat zij zich aan het kind
vastklampte om een scheiding te voorkomen en dat zij zijn stappen naar
individuatie ontmoedigde door haar steun te onthouden. (6,
54-55)
Zie ook wat
Masterson
geopperd heeft over de mogelijke wortels van de borderline
persoonlijkheid. Het ziet er uit als de ultieme dubbele binding – een
wereld die van iemand verwacht dat hij volwassen wordt, terwijl de
verzorger diezelfde persoon beloont voor het afhankelijk en hulpeloos
blijven.
Twintig jaar nadat
de
dubbele-binding-theorie over schizofrenie gepubliceerd was, schreef
John Weakland een artikel waarin hij suggereerde dat zij misschien te
zeer gefixeerd waren geweest op schizofrenie. Hij opperde dat het
echte belang van de theorie het standpunt was dat gedrag en
communicatie nauw met elkaar verweven zijn. Deze theorie stond
diametraal tegenover het gevestigde paradigma dat emotionele problemen
een antwoord zijn op intrapsychische conflicten. Misschien, zo
suggereerde hij, heeft de dubbele binding verreikende effecten op vele
soorten emotionele stoornissen en zou het onderzoek daarnaar niet
beperkt moeten worden tot gevallen met de diagnose schizofrenie. Het
lijkt erop dat Carlos Sluzki in zijn artikel met de provocerende titel
"De Dubbele Binding als een Universele Pathogene Toestand" tot dezelfde
conclusie is gekomen.
Sluzki merkt op
dat een
kind drie ontwikkelingsstadia doorloopt:
(1) kinderlijke
afhankelijkheid, gekenmerkt door een betrekkelijke afwezigheid van
onderscheid tussen het zelf en het niet-zelf en een overmaat van het
zich vereenzelvigen met of "opnemen" van dingen; (2) transitie; en (3)
een gerijpte afhankelijkheid, gekenmerkt door "een verhouding tussen
twee onafhankelijke wezens, die volledig gedifferentieerd zijn; en door
een overwicht van geven" in de verhouding tot objecten. (10, 231
De overgangsfase
brengt ons
tot het kerndilemma van alle geestelijke ontwikkeling: Afhankelijkheid
versus onafhankelijkheid.
De
ontwikkelingsopgave van
het kind is om de behoefte naar zekerheid en afhankelijkheid in
evenwicht te brengen met zijn of haar behoefte naar een
onafhankelijkheid toe te groeien. Als de ouders bereid zijn het groeien
van het kind van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid te
vergemakkelijken, zullen zij "de drang naar onafhankelijkheid moeten
stimuleren en de behoefte aan afhankelijkheid moeten opheffen" (10,
231)
Zonder de
aanmoediging van
de ouders, is het voor het kind moeilijk de onzekerheid en gevaren op
de weg naar onafhankelijkheid, het hoofd te bieden.
Sluzki
beschrijft
drie manieren van de verhouding tussen ouder en kind; dit bevat die
periodes in het leven van het kind, waarin het afhankelijk is,
onafhankelijk of zich met behulp en onder toezicht van de ouders van
afhankelijkheid naar onafhankelijkheid toe beweegt. Afhankelijk is
bijvoorbeeld, wanneer het kind naar school kan gaan zonder hulp van de
ouders. Onafhankelijk, als het kind zonder hulp naar school kan gaan.
Het derde gebied omvat dat moment in de tijd, waarop wellicht het kind,
met hulp en aanmoediging van de ouders, de weg naar en van school
leert, maar het nog niet alleen kan.
Wanneer een kind
voortgaat
in het leven moeten hij en zijn ouders doorlopend opnieuw vaststellen
waar die grenzen liggen. Dat is op z’n minst een heel ingewikkelde
opgave; als de ouders zelf onduidelijk zijn over die grenzen hebben hun
kinderen met nogal wat verwarring te kampen over wat ze wel en niet
kunnen.
Een
voorbeeld van een
dubbele binding die de groei van een kind naar onafhankelijkheid
verhindert, is een ouder die in botsing komt met de wens dat het kind
afhankelijk wordt en de wens dat het kind "perfect" is. Het vermogen
van het kind om creatief te denken en te handelen zal in toenemende
mate belemmerd worden, wanneer het bijvoorbeeld verteld wordt dat het
zelf moet denken en vervolgens bekritiseerd wordt om de keuzes die het
gemaakt heeft. Ik ken een overigens verantwoordelijke jongeman die een
keer verfverdunner knoeide en er gewoon bij wegliep omdat hij niet wist
wat hij moest doen om het op te ruimen. Hij leek gevangen in een "wee
als ik het doe en wee als ik het niet doe" ervaring. Hij leek te denken
dat het beter was van de rotzooi weg te lopen dan kritiek te krijgen
omdat hij het op een verkeerde manier opruimde. Hij vond het dus
veiliger om zich terug te trekken in hulpeloosheid en afhankelijkheid
dan het risico te lopen op zijn weg naar onafhankelijkheid een fout te
maken.
Het
onderzoek naar
dit soort bindingen zou ons bruikbare inzichten in het gedrag van
borderline persoonlijkheden en schizofrenen kunnen verschaffen. Zou het
niet kunnen dat het gedrag dat wij bij beide diagnoses zien vertonen,
alleen een andere uiting zijn van dezelfde communicatie-knoop – de
dubbele binding? Als dat zo is, dan zou een belangrijke rol van de
therapie moeten zijn de bewuste en onbewuste dubbele bindingen te
ontrafelen zodat het individu zich op zinvoller doelen en motieven kan
richten.
Referenties
1. Bateson,
Gregory. Steps
to an Ecology of Mind. New York: Ballantine, 1972.
2. Bowlby, John.
Secure
Base: Parent-Child Attachment and Healthy Human Development. New York:
Basic, 1988.
3. Carson, Robert
C. and
James N. Butcher and James C. Coleman. Abnormal Psychology and Modern
Life. Eighth ed. Glenview: Scott, 1988
4. Haley, Jay.
Strategies
of Psychotherapy. 2nd ed. Rockville: Triangle, 1990.
5. Kreisman,
Jerold J., and
Hal Straus. I Hate You - Don't Leave Me: Understanding the Borderline
Personality. New York: Avon, 1989.
6. Masterson,
James F. The
Search for the Real Self: Unmasking the Personality Disorders of Our
Age. New York: Free, 1988.
7. McKellar,
Peter.
Abnormal Psychology: Its Experience and Behaviour. London: Routledge,
1989.
8. Sluzki, Carlos
E., and
Janet Beavin, "Symmetry and Complementarity: An Operational Definition
and a Typology of Dyads." The Interactional View, Ed. Paul Watzlawick
and John H. Weakland. New York: Norton, 1977. 71-87.
9. Sluzki, Carlos
E., Janet
Beavin, Alejandro Tarnopolsky, and Eliseo Veron, "Transactional
Disqualification: Research on the Double Bind." The Interactional View:
Studies at the Mental Research Institute, Palo Alto, 1965-1974. Ed.
Paul Watzlawick and John H. Weakland. New York: Norton, 1977. 208-227.
10. Sluzki, Carlos
E., and
Eliseo Veron. "The Double Bind as a Universal Pathogenic Situation."
The Interactional View: Studies at the Mental Research Institute, Palo
Alto, 1965-1974. Ed. Paul Watzlawick and John H. Weakland. New York:
Norton, 1977. 228-240.
11. Watzlawick,
Paul.,
Janet Beavin Bavelas., and Don D. Jackson. Pragmatics of Human
Communication: A Study of Interactional Patterns, Pathologies, and
Paradoxes. New York: Norton, 1967.
12. Watzlawick,
Paul. How
Real Is Real: Confusion, Disinformation, Communication. New York:
Vintage-Random, 1977.
13. Watzlawick,
Paul and
John H. Weakland., eds. The Interactional View: Studies at the Mental
Research Institute, Palo Alto, 1965-1974. New York: Norton, 1977.
14. Watzlawick,
Paul. The
Language of Change: Elements of Therapeutic Communication. New York:
Basic Books, 1978.
15. Weakland, John
H. "`The
Double-Bind Theory' By Self-Reflexive Hindsight." The Interactional
View Studies at the Mental Research Institute, Palo Alto, 1965-1974.
Ed. Paul Watzlawick and John H. Weakland. New York: Norton, 1977.
241-248
Patrice Guillaume
is a
master programmer of Neuro-Linguistic Programming. She holds
certificates as well in
Specialized Kinesiology, Eriksonian hypnosis,and the Lomi Institute
mind-body system, and has trained extensively in aikido and other
martial
arts. She has worked with the Living-Dying Project, Court-Appointed
Special Advocates (CASA), and Innovative
Housing. Besides her work with the Change Project, she also carries on
a private practice helping
individual clients integrate the conceptual tools they need to move
through mind-body change.

|