Home

Over antipsychiatrie
Wat is er met de
antipsychiatrie gebeurd
Heinar Kipphardt en März
Over en uit: "März"
"De strategie van de Ervaring"
Over Franz Fanon
Dubbele binding
De Dubbele Binding: de innige band
tussen gedrag en communicatie
De Mythe van de Psychiatrische Afwijking.
Door Thomas S. Szasz (1960)
Uit: "De strategie van de Ervaring"
Ronald
D. Laing
Voor
maar weinig
boeken bestaat vandaag de dag een excuus. Een zwart vlak op het
linnen,
stilte op het witte doek, een onbeschreven vel papier, dat is misschien
nog te doen. Waarheid en sociale 'werkelijkheid' hebben al heel
weinig
met elkaar te maken. Om ons heen zien we pseudo-gebeurtenissen,
waaraan
we ons aanpassen met een vals bewustzijn, dat er precies op berekend is
die gebeurtenissen te zien als waar en werkelijk, ja als schoon.
In de huidige samenleving ligt de waarheid minder in wat de dingen zijn
dan in wat ze niet zijn. Onze sociale werkelijkheden zijn zo
lelijk
in het licht van de verbannen waarheid, en schoonheid is haast niet
meer
mogelijk zonder dat zij een leugen is.
Wat
moeten
wij daaraan doen? Kunnen wij, die nog half in leven zijn, in het
vaak trillende hart van een oud wordend kapitalisme - nog iets meer
doen
dan nadenken over het verval rondom en in ons? Kunnen we nog iets
meer doen dan onze droeve en bittere liederen zingen over desillusie en
verslagenheid?'
Wat
we nu moeten
doen is hetzelfde als we in het verleden hadden moeten doen en niet
gedaan
hebben: zorgen voor een menselijke visie op de mens, doordrongen van
zelfkritiek
en bewustzijn van onszelf. Niemand kan thans beginnen te denken,
voelen of handelen zonder uit te gaan van zijn of haar eigen
vervreemding.
Enkele vormen daarvan zullen we in de volgende bladzijden aan een
onderzoek
onderwerpen.
Wij
zijn allemaal
moordenaars en prostituées - van welke cultuur, maatschappij,
klasse
of natie we ook deel uitmaken, hoe normaal, zedelijk en volwassen we
zelf
ook denken dat we zijn.
Wij
zijn verdwaasde
en verbijsterde schepsels, vervreemd van ons eigen zelf, van elkaar en
van de geestelijke en stoffelijke wereld - ja, waanzinnig, gezien
vanuit
het ideale standpunt dat wij kunnen vermoeden, maar ons niet eigen
kunnen
maken.
Wij
worden
geboren in een wereld waar de vervreemding ons wacht. In potentie
zijn wij mensen, maar in vervreemde staat en die staat is niet zo maar
een natuurlijke aangelegenheid. De vervreemding die vandaag de
dag
onze bestemming is, komt alleen tot stand door het schandelijke geweld
dat menselijke wezens menselijke wezens aandoen.
Kunnen
menselijke
wezens vandaag de dag echte mensen zijn? Kan een man werkelijk
zichzelf
zijn met een andere man of vrouw? Voordat we zo'n optimistische
vraag
kunnen stellen als 'wat is een menselijke relatie?', moeten we vragen
of
een menselijke relatie mogelijk is, of: zijn mensen mogelijk, in onze
huidige
situatie. Het gaat ons hier om de mogelijkheid van de mens.
Deze vraag kan alleen opgeworpen worden via de facetten van die
vraag.
Is liefde mogelijk? Is vrijheid mogelijk?
Ons
denkvermogen
is, behalve ten dienste van wat we in een gevaarlijke waan voor ons
eigenbelang
houden en in overeenstemming met het gezond verstand, jammerlijk
beperkt:
zelfs ons vermogen om te zien, te horen, te tasten en te ruiken is zo
verhuld
in wolken van mystificatie dat ieder van ons een intensieve scholing
doormoet
- om af te leren -, voordat hij de wereld weer fris, in onschuld,
waarheid
en liefde, kan ervaren.
Men
gaat er
vanuit dat de 'normaal' vervreemde mens, aangezien hij min of meer net
zoals iedereen handelt, geestelijk gezond is. De andere vormen
van
vervreemding, die niet in de pas lopen met de heersende staat van
vervreemding,
worden door de 'normale' meerderheid geëtiketteerd als gek of
slecht.
De
toestand
van vervreemding, van slaap, van bewusteloosheid, van uitzinnigheid,
dat
is de toestand van de normale mens.
Maar
als we
nu eens alles wat van ons geëist wordt en alle bijkomstigheden
konden
afleggen en ons elkaar onze naakte aanwezigheid tonen? Als je
alles
wegneemt, alle kleren, vermommingen en krukken, de schmink, en ook de
gewone
dingen, de spelletjes die het voorwendsel zijn voor de gelegenheden die
voor ontmoeting moeten doorgaan - als we elkaar eens echt konden
ontmoeten,
als er eens zoiets zou gebeuren, zo'n gelukkig samenkomen van mensen,
wat
zou ons dan nog scheiden?
De
mens weet
niet dat, waar alles eindigt, alles begint.
Wanneer
we
onze persoonlijke wereld herontdekken en weer tot zijn recht laten
komen,
dan treffen we eerst een slachting aan. Half dode lichamen;
genitaliën
los van het hart; hart gescheiden van het hoofd; hoofden gescheiden van
genitaliën. Zonder innerlijke eenheid, met nog net voldoende
gevoel voor continuïteit om een greep naar identiteit te doen - de
gangbare afgoderij. Lichaam, geest en ziel, verscheurd door
innerlijke
tegenspraak, in verschillende richtingen getrokken. Een mens,
afgesneden
van zijn eigen geest, eveneens afgesneden van zijn eigen lichaam - een
half verbijsterd schepsel in een waanzinnige wereld
Wij
zijn al
in de tijd van Orwell. De kolonisten mystificeren niet alleen de
inboorlingen, volgens de methoden die Fanon
(schreef "De verworpenen der aarde") zo duidelijk laat zien, zij moeten
ook zichzelf mystificeren. Wij in Europa en Amerika zijn de
kolonisten.
Wij hebben een verbijsterend beeld van onszelf als Gods geschenk aan de
grote meerderheid van de van honger omkomende menselijke soort en om
dat
beeld in stand te houden, moeten we ons geweld bij ons zelf en onze
kinderen
interioriseren en de retoriek van de moraal bezigen om dit proces te
beschrijven.
Om
ons industrieel-militair
complex te rationaliseren, mogen we niet zien wat zich voor onze ogen
afspeelt
en mag onze verbeeldingskracht zich niet in de toekomst verdiepen.
Al
lang voordat
het tot een kernoorlog kan komen, hebben we onze geestelijke gezondheid
al dienen te ruïneren. We beginnen met de kinderen.
Het
is geboden ze op tijd te pakken te krijgen. Zonder uiterst
grondige
en snelle hersenspoeling zouden ze met hun smerige breintjes onze
smerige
streken doorzien. Kinderen zijn nog geen dwazen, maar we zullen
er
net zulke imbecielen van maken als wij zijn, indien mogelijk met een
hoog
I.Q.
Vanaf
het
ogenblik van de geboorte, waarop de stenentijdperk-baby zich oog in oog
met de twintigste-eeuwse moeder bevindt, is de baby onderworpen aan de
krachten van het geweld dat men liefde noemt, zoals dat met zijn vader
en moeder het geval is geweest en daarvoor met hún ouders.
Het gaat deze krachten er voornamelijk om baby's mogelijkheden
grotendeels
uit te roeien. Deze onderneming slaagt over het algemeen zeer
wel.
Tegen de tijd dat het nieuwe mensje vijftien is, zitten we met een
wezentje
dat net zo is als wij zijn. Een half waanzinnig schepsel, min of
meer aangepast aan een krankzinnige wereld. Dat is normaliteit in
de tijd waarin wij nu leven.
Er
is veelvuldig
sprake van geborgenheid, van de achting van anderen. Men wordt
verondersteld
te verlangen naar, te leven voor 'het genoegen dat men beleeft aan de
achting
en genegenheid van anderen. Anders is men een psychopaat.
Zulke
uitspraken
zijn in zekere zin waar. Zij beschrijven het verschrikte,
bangelijke
en abjecte wezentje dat men ons aanspoort te worden, willen we normaal
zijn - en dan bieden we elkaar bescherming tegen ons eigen
geweld.
De familie als chantage-bende.
De
mensen worden
niet datgene waartoe zij door de natuur voorbestemd zijn, maar wat de
maatschappij
van ze maakt ... edelmoedige gevoelens ... worden, als het ware,
verdord,
dichtgeschroeid, verwrongen en geamputeerd om ons maar geschikt te
maken
voor onze omgang met de wereld, zoiets als bedelaars die hun kinderen
kreupel
maken en verminken om ze geschikt te maken voor hun toekomstige positie
in het leven. -
Het
gezin is
in de eerste plaats het gebruikelijke instrument voor wat dan heet
vermaatschappelijking,
dat wil zeggen iedere nieuwe rekruut van het menselijk geslacht zo ver
te krijgen dat hij zich gedraagt en ervaart op dezelfde manier als
degenen
die er al zijn. Wij zijn allen gevallen Zonen der Profetie, die
hebben
leren sterven in de Geest en herboren worden in het vlees.
Jezelf
vernietigen
met de ene hand en dit met de andere liefde noemen, dat is een
goocheltruc
waar je verbaasd van staat. Mensen schijnen over een welhaast
onbeperkt
vermogen te beschikken zichzelf voor de gek te houden en wel zo, dat ze
hun eigen leugens voor waarheid houden. Door dergelijke
mystificaties
brengen we sociale aanpassing tot stand en houden we die in
stand.
Maar de gevolgen van die aanpassing blijven niet uit. Bedot en
bedottend
verliezen we ons zelf, dat wil zeggen onze eigen persoonlijke
ervaringswereld,
die unieke zinvolheid, waarmee we in potentie de wereld kunnen
verrijken.
Marcel
Proust
schreef:
-
Waar halen
wij de moed vandaan te willen leven, hoe kunnen we ook maar een stap
doen
om aan de dood te ontkomen, in een wereld waar liefde wordt opgewekt
door
een leugen en uitsluitend bestaat in de behoefte ons lijden te laten
verzachten
door het wezen dat ons heeft doen lijden. -
Maar
niemand
doet ons lijden. Het geweld dat wij onszelf aandoen, de
wederzijdse
beschuldigingen, de verzoeningen, de extases en de agonieën van
een
liefdesverhouding, berusten op de sociaal geconditioneerde illusie dat
twee echte mensen een relatie hebben. Onder de omstandigheden is
dat een gevaarlijke staat van hallucinatie en zelfbegoocheling, een
mengelmoes
van fantasie, explosie en implosie, van gebroken harten, 't weer
goedmaken
en wraak.
De
laatste
vijftig jaar hebben wij menselijke wezens zo bij de honderd miljoen van
onze soort eigenhandig afgeslacht. We leven allemaal onder
voortdurende
bedreiging met algehele vernietiging. We schijnen evenzeer uit te
zijn op dood en destructie als op leven en geluk. We zijn even
geneigd
om te doden en gedood te worden als om te laten leven en te
leven.
Alleen door een allerschandelijkste verkrachting van onszelf hebben we
het zo ver gebracht dat we ons redelijk weten aan te passen aan een
beschaving
die kennelijk uit is op haar eigen vernietiging. Misschien kunnen
we in beperkte mate ongedaan maken wat men ons heeft aangedaan en wat
we
onszelf hebben aangedaan. Misschien komen mannen en vrouwen wel
ter
wereld om elkaar gewoon en werkelijk lief te hebben, en niet voor deze
bespotting, die wij liefde noemen. Als we kunnen ophouden onszelf
te gronde te richten, kunnen we misschien ophouden anderen te gronde te
richten. We moeten beginnen met toe te geven, ja te aanvaarden
dat
we geweld plegen, in plaats dat we onszelf blindelings met dat geweld
te
gronde richten en op die manier dienen we te beseffen dat we even
ontzettend
benauwd zijn om te leven en lief te hebben als om dood te gaan.
Maar
ik geloof
wel dat psychiaters meer van schizofrenen kunnen leren over de
binnenwereld
dan patiënten van psychiaters.
De
onderzoekingen
naar de gezinnen waaruit schizofrenen voortkomen, uitgevoerd onder
andere
in Palo Alto (Californië), aan Yale University, aan het
Pennsylvania
Psychiatric Institute en aan het National Institute of Mental Health,
hebben
allemaal uitgewezen dat de patiënt die volgens de diagnose
schizofreen
is, deel uitmaakt van een uitgebreid net van uiterst gestoorde en
storende
communicatiepatronen. Naar mijn beste weten deed zich daarbij
geen
enkel geval voor van een schizofreen wiens of wier gestoorde
communicatiepatroon
niet de afspiegeling bleek te zijn van, en de reactie op, het gestoorde
en storende patroon dat zijn of haar familie kenmerkte. Hetzelfde
geldt voor onze eigen onderzoekingen.
Het
gedrag
van de patiënt maakt deel uit van een veel uitgebreider net van
gestoord
gedrag. Men moet de tegenstrijdigheden en de verwarring die die
ene
mens 'geïnternaliseerd' heeft, bekijken in hun maatschappelijk
verband.
Ergens
deugt
er iets niet, maar het gaat niet langer aan om dat uitsluitend of zelfs
ook maar in de eerste plaats 'in' de patiënt te situeren.
Trouwens,
het is helemaal niet de bedoeling iemand schuld in de schoenen te
schuiven.
De onhoudbare positie, de 'je zit altijd fout' 'double bind', de
schaakmat-situatie,
is per definitie niet kenbaar voor de mensen die in deze situatie
verstrikt
zitten. Maar heel zelden is er sprake van opzettelijke en
cynische
leugens of een meedogenloos voornemen om iemand gek te maken, hoewel
dat
meer voorkomt dan men over het algemeen wel denkt. We hebben
ouders
meegemaakt die ons vertelden dat ze liever hadden dat hun kind gek was
dan dat het de waarheid zou beseffen. Maar ook daar is het nog,
omdat
ze het 'een genade' vinden dat zo iemand 'niet goed bij het hoofd is'.
Het
lijkt erop
dat de patiënt, wanneer hij eenmaal in een psychose is
terechtgekomen,
een kuur te ondergaan heeft. Hij heeft zich als het ware op een
ontdekkingsreis
begeven, die pas ten einde komt bij zijn terugkeer naar de normale
wereld,
waar hij aankomt met inzichten, anders dan die van de lieden welke een
dergelijke reis nimmer ondernomen hebben. Het lijkt erop alsof
zo'n
schizofrene periode, wanneer zij eenmaal begonnen is, een even
vastgesteld
verloop heeft als een inwijdingsceremonie - een dood en wedergeboorte.
De novice is er misschien in terechtgekomen door zijn gezinsleven of
door
toevallige omstandigheden, maar het verloop ervan wordt voornamelijk
bepaald
door een endogeen proces.
Wanneer
men
de zaak zo bekijkt, levert het spontaan afnemen van de schizofrenie
geen
problemen op. Dit is niet anders dan het natuurlijke resultaat
van
het hele proces. Wat we ons dan wel moeten afvragen, is waarom zo
veel mensen die die reis beginnen, er niet van terugkeren. Hebben
deze mensen te maken met omstandigheden in hun gezinsleven of in de
inrichting
waar zij zitten, die hun aanpassing zozeer in de weg staan dat zelfs de
rijkste en best georganiseerde hallucinatoire ervaring hen niet kan
redden?
Vanuit
een
ideale positie op de grond kan men een formatie vliegtuigen in de lucht
waarnemen. Eén vliegtuig is uit de formatie. Maar de
hele formatie kan uit de koers zijn. Het vliegtuig dat 'uit de
formatie'
is, kan abnormaal zijn, slecht of 'gek' vanuit het gezichtspunt van
deformatie.
Maar vanuit het gezichtspunt van de ideale waarnemer is de formatie
zelf
misschien wel slecht of gek. Het vliegtuig dat uit de formatie
is,
kan voorts meer of minder uit de koers zijn dan de formatie zelf.
Het
is in
het bijzonder van fundamenteel belang degene die wellicht 'uit de
formatie'
is, niet in verwarring te brengen door hem te vertellen dat hij uit de
koers' is, als -dat niet het geval is. Het is van fundamenteel
belang
niet de positivistische vergissing te maken dat men aanneemt dat, omdat
een groep 'in formatie is, ze daarom vanzelfsprekend 'in de koers'
is.
Dat is de dwaling van de Gadareense zwijnen (Matth. 8:28). Maar
het
is ook niet vanzelfsprekend zo, dat degene die 'uit de formatie' is,
daarom
meer 'in de koers' is dan de formatie. Het is helemaal niet nodig
om iemand te idealiseren, omdat hij nu het etiket 'uit de formatie'
krijgt
opgeplakt. Het is ook helemaal niet nodig om degene die 'uit de
formatie'
is, ervan te overtuigen dat genezing erin bestaat dat hij zich weer in
de formatie voegt. Degene die 'uit de formatie' is, zit vaak vol
met haat tegen de formatie en vol met angst omdat hij het vreemde
buitenbeentje
is.
Wanneer
de
formatie zelf uit de koers is, dan dient degene die werkelijk 'in de
koers'
wil komen, de formatie te verlaten. Maar dat is, als men dat wil,
best doenlijk zonder geschreeuw en gekrijs en zonder dat men de toch al
verschrikte formatie, die men moet verlaten, nog meer schrik op het
lijf
jaagt.
Voor
het individu
dat het etiket schizofreen is opgeplakt, begint dan niet alleen de rol,
maar ook de loopbaan van patiënt, en wel door het gezamenlijk
optreden
('samenzwering') van familie, huisarts, ambtenaren van de
gezondheidsdienst,
psychiaters, broeders, sociale werksters en dikwijls
mede-patiënten.
De 'verdachte' wordt niet alleen zijn rechtspersoonlijkheid, maar zijn
persoonlijkheid tout court ontnomen: hij wordt niet langer
verantwoordelijk
geacht voor wat hij doet, hij heeft geen eigen definitie meer van
zichzelf,
hij mag zijn bezittingen niet houden, hij mag niet meer de mensen
ontmoeten
die hij wil ontmoeten. Hij beschikt niet meer over zijn eigen
tijd
en de ruimte waarin hij zich bevindt, heeft hij zelf niet
uitgezocht.
Nadat hij onderworpen is aan een vernederend ceremonieel" dat bekend
staat
als psychiatrisch onderzoek, worden hem zijn burgerrechten ontnomen en
sluit men hem op in een instelling,' die bekend staat als inrichting
voor
geestelijk gestoorden. Nergens wordt iemand zo volledig en zo
radicaal
in menselijkheid ontnomen. In zo'n inrichting moet hij blijven,
totdat
het etiket verwijderd wordt of verzacht door uitdrukkingen als
'ontslagen'
of 'weer aangepast'. Heel vaak lijkt het wel: eens een
'schizofreen',
altijd een schizofreen'.
Dit
proces
van ingaan in de andere wereld vanuit deze wereld en van terugkeer in
deze
wereld vanuit de andere wereld, dit proces nu is even natuurlijk als
sterven,
baren en geboren worden. Maar het moet ons niet verbazen dat in
onze
huidige wereld, die zo bang is voor en zich zo onbewust van de andere
wereld,
men er anders tegenaan kijkt. Wanneer vandaag de dag de
'werkelijkheid',
het weefsel van deze wereld, scheurt en iemand de andere wereld
binnengaat,
dan voelt hij zich angstig en volkomen verloren en ontmoet hij bij
anderen
slechts onbegrip.
Wanneer
men
dan door de spiegel heengaat, door het oog van de naald, dan herkent
men
het gebied soms als het eigen thuis dat men kwijt was geraakt, maar
meestal
bevindt men zich in de innerlijke ruimte en de innerlijke tijd in
eerste
instantie op onbekend gebied en is men bang en in verwarring. Men
is verdwaald. Men is vergeten dat men daar eerder is
geweest.
Men grijpt naar hersenschimmen. Men probeert zich te handhaven
door
de verwarring nog erger te maken, door projectie (van innerlijke
gebeurtenissen
naar buiten) en introjectie (van uiterlijke gebeurtenissen naar
binnen).
Men weet niet wat er gaande is en er is niemand om je op de hoogte te
brengen.
Wij
zetten
onszelf krampachtig af, zelfs wanneer het alleen nog maar gaat om
extreme
ervaringen van het ik. Maar hoeveel te meer zullen we reageren
met
angst, met verwarring en met afweerhoudingen, wanneer we ervaren dat
ons
ik verloren gaat. Er is op zichzelf niets pathologisch in
ik-verlies,
maar het kan soms heel moeilijk zijn om een goede route te vinden voor
de reis die men begonnen is.
Degene
die
dit innerlijke rijk is binnengegaan zal (indien men hem deze ervaring
maar
laat) ontdekken dat hij een reis gaat maken of wordt meegenomen op een
reis - het valt niet mee om hier duidelijk onderscheid te maken tussen
actief en passief.
Men
heeft
het gevoel dat deze reis 'inwaarts' gaat, terug in het eigen leven, en
nog verder terug: in de ervaring van de gehele mensheid, van de eerste
mens, van Adam en misschien nog verder in het bestaan van dieren,
planten
en mineralen.
Op
deze reis
zijn er heel wat kansen om te verdwalen, om verward te geraken, om
gedeeltelijk
te mislukken, ja om geheel en al schipbreuk te lijden: men kan heel wat
angsten, geesten en demonen tegenkomen, die men al dan niet weet te
overwinnen.
Wij
vinden
het geen ziekelijke afwijking wanneer iemand het oerwoud verkent of de
Mount Everest beklimt. Wij vinden dat Columbus alle recht had om
zich te vergissen toen hij een schets maakte van het land dat hij
ontdekte,
toen hij naar de Nieuwe Wereld kwam. Wat de oneindige regionen
der
inwendige ruimte aangaat, zelfs met de grensgebieden daarvan hebben wij
heel wat minder contact dan met de gebieden der uitwendige
ruimte.
Wij hebben respect voor de ontdekkingsreiziger, de bergbeklimmer, de
ruimtevaarder.
Maar het verkennen van de innerlijke ruimte en de innerlijke tijd van
het
bewustzijn, dat lijkt mij een heel wat zinniger onderneming - ja, een
onderneming
die voor onze tijd verschrikkelijk dringend geboden is. Dit is
misschien
wel een van de weinige dingen die in dit tijdsgewricht nog enige zin
hebben.
Wij hebben zo weinig voeling meer met dit rijk, dat veel mensen in alle
ernst kunnen beweren dat het helemaal niet bestaat. Het is
beslist
geen wonder dat het inderdaad een gevaarlijke zaak is zo'n verloren
rijk
te verkennen
Er
is wellicht
nog nooit een tijdperk in de geschiedenis der mensheid geweest dat
zozeer
ieder contact heeft verloren met dit natuurlijke genezingsproces dat
sommige
van de mensen die wij schizofreen noemen, ondergaan. Er is geen
tijdperk
geweest dat dit proces zozeer ontwaard heeft, geen tijdperk dat het
zozeer
heeft omgeven met verbodsbepalingen en 'schrikdraad' als onze eigen
tijd.
In plaats van inrichtingen, die een soort garage voor menselijke panne
zijn, hebben we een oord nodig, waar mensen die verder zijn gereisd en
bijgevolg wellicht erger verdwaald dan psychiaters en andere gezonde
mensen,
hun reis door de innerlijke ruimte en tijd kunnen vervolgen om daarna
terug
te keren. In plaats van het vernederende ceremonieel van
psychiatrisch
onderzoek, diagnose en prognose, hebben we een inwijdingsceremonie
nodig
voor degenen die daar rijp voor zijn (in de psychiatrische terminologie
vaak degenen die op het punt staan een aanval van schizofrenie te
ondergaan).
Dit inwijdingsceremonieel zou dan inhouden dat zo iemand volledig
maatschappelijk
begeleid wordt op zijn reis door de innerlijke ruimte en tijd, door
mensen
die daar geweest zijn en ervan teruggekomen. Psychiatrisch gezien
zou dat er op neerkomen dat ex-patiënten toekomstige
patiënten
gek helpen worden.
Misschien
zullen
we het nog eens zo ver brengen dat we de zogenaamde schizofrenen die
tot
ons teruggekeerd zijn, misschien na jaren pas, even veel eer betuigen
als
de vaak niet minder verdwaalde ontdekkingsreizigers van de Renaissance
Hieronder
volgt
een vrij vroeg relaas, dat opgetekend is door Karl Jaspers in zijn
Allgemeine
Psychopathologie.
-
Ik
geloof dat ik zelf de ziekte veroorzaakte. In mijn poging door te
dringen in de andere wereld, stuitte ik op zijn natuurlijke wachters,
de
belichaming van mijn eigen zwakheden en fouten. Eerst dacht ik
dat
deze demonen onaanzienlijke bewoners van de andere wereld waren, voor
wie
ik een speelbal was, omdat ik deze regionen onvoorbereid binnenging en
verdwaalde. Later dacht ik dat het afsplinteringen waren van mijn
eigen geest (hartstochten) die zich in mijn nabijheid in de vrije
ruimte
bevonden en teerden op mijn gevoelens. Ik geloofde dat iedereen
die
had, maar ze niet waarnam, dankzij het bescherming biedende bedrog van
het gevoel van persoonlijk bestaan. Ik had het idee dat het
laatste
een artefact was van de herinnering, van gedachtencomplexen enz., een
pop,
aardig om van buitenaf naar te kijken, maar van binnen zonder enige
realiteit.
In mijn geval was het persoonlijke zelf poreus geworden doordat mijn
bewustzijn
was vervaagd. Hierdoor wilde ik mijzelf dichter bij de bronnen
van
het leven brengen. Ik had mij daarop lange tijd moeten
voorbereiden
door een hoger, onpersoonlijk zelf in mij wakker te roepen, aangezien
'nectar'
niet voor sterfelijke lippen is. De uitwerking op het
dierlijk-menselijk
zelf was desastreus: het viel uiteen. De onderdelen gingen
geleidelijk
tot ontbinding over, de pop was nu werkelijk stuk en het lichaam
beschadigd.
Ik had de toegang tot de 'bron van het leven' geforceerd, de vloek van
de 'goden' daalde op mij neer. Ik had te laat door dat duistere
elementen
in het spel waren gekomen. Ik leerde ze pas kennen toen ze al te
veel macht hadden. Er was geen weg terug. Daar had ik nu
die
geestenwereld die ik zo graag wou zien. De demonen kwamen uit de
afgrond te voorschijn, als Cerberussen, de toegang ontzeggend aan wie
geen
toestemming had om binnen te komen. Ik besloot de strijd op leven
en dood aan te gaan. Dit hield voor mij uiteindelijk in dat ik
besloot
te sterven, aangezien ik alles opzij moest zetten wat de vijand in
stand
hield, maar dat was tevens alles wat het leven in stand hield. Ik
wilde de dood binnengaan zonder krankzinnig te worden en stond voor de
Sfinx: of gij in de afgrond of ik!
Toen
kwam
de verlichting. Ik vastte en drong zo door tot de ware aard van
mijn
verleiders. Het waren souteneurs en bedriegers van mijn dierbare
persoonlijke zelf, dat al even waardeloos bleek als zij. Er kwam
een ruimer en meeromvattend zelf te voorschijn en ik kon van mijn
vorige
persoonlijkheid met haar hele entourage afzien. Ik zag nu wel in
dat deze vorige persoonlijkheid nimmer transcendentale gebieden kon
binnengaan.
Ik voelde dien-tengevolge een verschrikkelijke pijn, maar ik was gered,
de demonen krompen ineen, verdwenen en kwamen om. Er begon een
nieuw
leven voor mij en van toen af voelde ik me anders dan andere
mensen.
Er groeide in mij opnieuw een zelf dat bestond uit leugens omwille van
de conventie, uit komediespel, zelfbedrog en herinneringsbeelden, een
zelf
net als dat van andere mensen, maar daarachter en daarboven bevond zich
een groter en meeromvattend zelf dat op mij de indruk maakte van
eeuwigheid,
onveranderlijkheid en onschendbaarheid en sindsdien steeds mijn
beschermer
en toevlucht is geweest. Ik geloof dat het voor heel wat mensen
goed
zou zijn om ook eens kennis te maken met zo'n hoger zelf en dat er
mensen
zijn die dit doel langs een vriendelijker weg hebben bereikt. -
Wanneer
Iwan
in De Gebroeders Karamazow zegt: 'Als God niet bestaat, is alles
toegestaan',
dan bedoelt hij niet: 'Als mijn superego, in geprojecteerde vorm,
afgeschaft
kan worden, dan kan ik alles doen met een goed geweten'. Hij
bedoelt
wel: 'Als er niets anders bestaat dan mijn geweten, dan heeft mijn wil
geen uiteindelijke geldigheid'.
Onder
dokters
en priesters moeten we mensen hebben die als gids kunnen optreden, die
iemand uitgeleide doen uit deze wereld en hem in de andere binnen
geleiden.
Een gids wanneer hij binnengaat en een gids wanneer hij terug moet.
Men
gaat de,
andere wereld binnen door een schaal te verbreken: of door een deur:
door
een wand: het doek gaat open of omhoog: een sluier wordt
weggenomen.
Zeven sluiers, zeven zegels, zeven hemelen. Het 'ego' is het
instrument
om in deze wereld te leven. Wanneer het 'ego' tot ontbinding
overgaat
of afgebroken wordt (doordat bepaalde situaties in een leven
onoverkomelijke
moeilijkheden opleveren, door intoxicatie of door chemische
veranderingen),
dan krijgt de betrokken persoon te maken met andere werelden, die op
een
heel andere manier 'werkelijk' zijn dan het wel zo ongeveer bekende
gebied
van dromen, verbeelding, waarneming of fantasie.
Doordat
deze
buitenwereld bijna volkomen vervreemd is van de binnenwereld, brengt
ieder
rechtstreeks persoonlijk besef van de binnenwereld al ernstige risico's
met zich mee.
Maar
aangezien
de samenleving zonder het te weten snakt naar de binnenwereld, wordt er
enorm vaak een beroep gedaan op mensen die deze wereld op een 'veilige'
manier te voorschijn kunnen roepen, zo, dat men er geen ernst mee hoeft
te maken enzovoort. Natuurlijk staat men daar dan weer zeer
ambivalent
tegenover. Geen wonder dat de lijst van kunstenaars die op deze
klippen
zijn gestrand, zo groot is Hölderlin, John Clare, Rimbaud, Van
Gogh,
Nietzsche, Antonin Artaud ...
Zij die het overleefd hebben, beschikten over uitzonderlijke
hoedanigheden
- het vermogen om in het geheim te werken, sluwheid, arglistigheid -
een
door en door realistische kijk op de risico's die ze lopen, niet alleen
van de zijde van het door hen bezochte geestelijk domein, maar ook van
de kant van hun medemensen, die een iegelijk die zich met dit streven
inlaat,
verafschuwen.
Zoals
de zaak
nu staat, is de rol van de seculiere psychotherapeut dikwijls die van
de
blinde die de halfblinde leidt.
Wij
leven in
een seculiere wereld. Om zich aan deze wereld aan te passen, doet
het kind afstand van zijn extase ('L'enfant abdique son extase':
Mallarmé).
Wij ervaren de geest niet meer en nu verwacht men van ons dat we geloof
hebben. Maar op die manier wordt dat een geloven in een
werkelijkheid
welke geen evidentie bezit. Er staat een profetie in het boek
Amos
dat er een tijd zal komen dat er honger in het land zal zijn, 'geen
honger
naar brood, noch dorst naar water, maar naar het horen van het woord
des
Heren'. Die tijd is nu aangebroken. Het is de dag van
vandaag.
.
Onze
gezondheid is geen 'ware' gezondheid. Hun waanzin is geen 'ware'
waanzin. De waanzin onzer patiënten is een artefact,
teweeggebracht
door ons destructief optreden t.a.v. hen en hun eigen destructief
optreden
t.a.v. zichzelf. Laat niemand denken dat we nog 'ware' waanzin
zullen
tegenkomen: beslist niet, zo min als wij waarlijk gezond zijn. De
waanzin die wij tegenkomen in patiënten, is een grove parodie op,
een bespotting en groteske karikatuur van wat de natuurlijke genezing
van
die vervreemde integratie die wij gezondheid noemen, zou kunnen
zijn.
Ware gezondheid houdt op de een of andere manier in de ontbinding van
het
normale ego, dat valse zelf dat zo goed is aangepast aan onze
vervreemde
sociale werkelijkheid: het te voorschijn komen van de 'innerlijke'
archetypische
middelaars van de goddelijke macht, en door deze dood heen een
wedergeboorte
en mogelijk een nieuw soort ego-functie, waarbij het ego dan de
dienaar,
niet de verrader van het goddelijke is.
Zien
we dan
niet dat deze reis niet iets is waarvan we genezen moeten worden, maar
dat zij zelf een natuurlijke geneeswijze is voor onze afschuwelijke
staat
van vervreemding, die wij normaliteit noemen? In andere tijden
begon
men doelbewust aan zo'n reis. Of als bleek dat men al op reis
was,
nolens volens, dan dankte men de Heer, als voor een speciale genade.
Vandaag
de
dag gaan nog steeds mensen erop uit. Maar de meesten zullen wel
gedwongen
zijn de 'normale' wereld te verlaten, doordat ze in die wereld in een
onhoudbare
positie verkeren. Zij kunnen zich niet oriënteren in de
geografie
van de innerlijke ruimte en de innerlijke tijd, en het zit erin dat zij
zonder gids heel snel zullen verdwalen.
De
richting
die we, op deze zo bijzondere reis, moeten inslaan, is terugwaarts en
inwaarts,
want het was tijden terug dat we tegen de 'vlakte' gingen. Ze
zullen
zeggen dat we regrediëren en ons terugtrekken en geen contact meer
met ze hebben. Dat zal best, want we moeten een lange, lange reis
maken om weer contact te krijgen met de werkelijkheid waarmee we al
lang
geleden ieder contact hebben verloren, allemaal. En omdat ze zo
humaan
zijn en zo bezorgd, ja, van ons houden, en omdat ze zo geschrokken
zijn,
zullen ze ons proberen te genezen. Misschien lukt het ze.
Maar
er is nog alle hoop dat het ze niet lukt.
Mail
de Webmaster voor meer informatie over "De strategie van de
Ervaring".
|